klik hier indien menu ontbreekt

Geluidsmetingen, wanneer nodig of zinvol?

Industrie en bedrijvigheid

Bedrijven en/of instellingen kunnen te maken krijgen met een verzoek om een akoestisch rapport in het kader van de wet milieubeheer. Om een akoestisch rapport op te kunnen stellen is het niet altijd nodig geluidsmetingen uit te voeren. Meestal is het op de plaats waar het geluid beoordeeld moet worden, bijvoorbeeld bij een nabije woning, niet mogelijk om geluid te meten vanwege stoorgeluid, bijvoorbeeld door verkeer. Daarom wordt er gerekend aan geluidsoverdracht. Meting dicht bij de bron is meestal wel noodzakelijk, die gegevens worden dan gebruikt voor een computermodel. Daarin wordt dan het geluid naar de omgeving uitgerekend.
Lees verder

Voor de beoordeling van geluid in verband met arbeidsomstandigheden is het sterk aan te bevelen om, indien onderzoek nodig is, daadwerkelijk geluidsmetingen uit voeren. Dit kan nodig zijn om zowel werkgever als werknemers tot actie te bewegen.
Lees verder

Geluidshinder van de buren

Hinder of overlast kan niet worden gemeten. Hinder is een subjectieve ervaring. Over een geluid met een bepaald geluidniveau kan wel een uitspraak worden gedaan wat betreft de kans op hinder. Dat is een statistische kans en deze geeft aan welke deel van een (grote!) bevolkingsgroep bij dat geluidniveau hinder kan, of zal ondervinden.
Dit houdt geen rekening met de grote individuele verschillen in tolerantie tussen mensen. Maar het houdt ook geen rekening met de aard van het geluid (stampen, ruisen, brommen, piepen, muziek en dergelijke), noch met de associatie: wordt het geluid veroorzaakt door een buur waarmee ruzie is, of door een buur waarmee men goed bevriend is?
Indien in verband met burenoverlast geluidsmetingen gewenst zijn moet vaak lang worden gemeten en moet simultaan een geluidsopname worden gemaakt zodat achteraf kan worden vastgesteld waardoor het geluid wordt veroorzaakt. Dat is bijzonder kostbaar vanwege de tijd die het uitwerken van de meting kost.
Bovendien moet er altijd een rechter aan te pas komen om te beoordelen of degene die het lawaai maakt onrechtmatig handelt: voor burenlawaai zijn er geen wettelijke eisen of normen.
Zie ook: Handreiking burenlawaai VROM en/of lees verder over geluidsisolatie >>



Meten geluidsisolatie vloeren en muren

Voor woningen die aan het bouwbesluit moeten voldoen zijn er duidelijke criteria voor het toetsen van de kwaliteit van de geluidsisolatie. Het bouwbesluit stelt minimum eisen aan de mate van bescherming tegen geluid van buiten, van de buren en van installaties. De eisen in verband met geluid van buiten en van de buren zijn eisen aan de isolatie, de eisen aan het geluid van installaties (sanitair, lift en klimaat) zijn eisen aan het geluidniveau zelf.
Dit zijn landelijk eisen die gelden voor woningen gebouwd vanaf 1992. Vóór die tijd waren er wel normen of regelingen die soortgelijke eisen bevatte maar deze waren vrijwillig. Sommige gemeenten, zoals Amsterdam, schreven in de plaatselijke (bouw)verordening voor dat aan deze eisen moest worden voldaan.
Wij zijn volledig toegerust voor geluidsmetingen in verband met luchtgeluidisolatie (muren) en contactgeluidisolatie (vloeren) tussen woningen, en geluid vanwege installaties (bijvoorbeeld klimaat- en luchtbehandeling).
In Nederland wordt meting van geluidsisolatie uitgevoerd volgens NEN 5077. Deze norm is vaak herzien; de meest recente versie sluit meer aan bij internationale normen zoals ISO 140 en ISO 717. Lees verder (nieuw venster/tab)

Meting nagalmtijd

Indien de nagalmtijd van een bestaande situatie bepaald moet worden dan kan dat het beste worden gemeten. Voorspelling van de nagalmtijd kan het beste geschieden met akoestische modellering of, voor eenvoudige situaties, met de rekenregel van Sabine of Eyring. Voor de laatstgenoemde methoden zijn online diverse tools beschikbaar.
Het bepalen van de nagalmtijd kan nodig zijn ter beoordeling van een sporthal of gymzaal een kantooromgeving of fabriekshal. Beoordeling van een sporthal of gymzaal kan geschieden met behulp van de norm ISA-US1-BF1.
Ook bij meting van geluidsisolatie of installatiegeluid moet de nagalmtijd worden gemeten om te compenseren voor de hoeveelheid absorptie in de ontvangstruimte.
Hoe kleiner een ruimte hoe hoger de laagste frequentie waarbij de nagalmtijd kan worden gemeten. Als de afmetingen van een ruimte in de buurt komt van de golflengte van hoorbare geluiden, treden bij die frequenties staande golven op. Omdat de uitdoving daarvan niet geleidelijk plaatsvindt kan het meten van de nagalmtijd onmogelijk worden. Ook echo,s kunnen het meten van nagalmtijd compliceren.
Wij meten nagalmtijd met een bron die voldoet aan alle eisen van ISO 3382 en ISO 140-4, en met de NA-28 met bouwakoestiek module.

Meten verkeerslawaai

Bij vaststelling van verkeerslawaai komen vrijwel geen geluidsmetingen van pas. Verkeerslawaai wordt vrijwel alleen berekend met modellen. De variaties in het verkeer, en in de omstandigheden die de overdracht bepalen (het weer) zijn te groot om binnen een termijn van bijvoorbeeld enkele dagen of weken, op basis van geluidsmetingen betrouwbare uitspraken te kunnen doen. Heel spaarzaam worden wel lange termijn metingen gedaan om de modellen te controleren maar eigenlijk te weinig. Dat geldt zeker voor luchtverkeerslawaai, daarbij lijkt het er op dat luchtvaartsector maximale onduidelijkheid nastreeft.
Wij voeren geen berekeningen uit voor verkeerslawaai.

Geluidsmetingen bouwlawaai

Geluidsmetingen bij bouwwerkzaamheden kunnen zinvol zijn als de gemeente duidelijke regels heeft ten aanzien van bouwlawaai en als de metingen tijdig worden aangevangen. Alleen dan kunnen geluidsmetingen namelijk nut hebben voor beheersing en bijsturing. Soms is het nuttig prognoses te maken, dan kunnen bewoners worden voorbereid of mogelijk zelfs alternatieve verblijfs- of overnachtingsmogelijkheden worden aangeboden. Zinvolle prognoses van bouwlawaai vereisen wel goede en voldoende detailleerde gegevens voor de invoer: aard,duur en tijdstip van de bouwwerkzaamheden, gebruikt materieel, aan- en afrij routes en dergelijke.

Machines en mobiele werktuigen

Geluidsmetingen zijn altijd nodig indien geluidspecificaties opgesteld moeten worden in verband met de machinerichtlijn of de richtlijn mobiele werktuigen. Het geluid op de bedienplaats moet altijd worden opgegeven in de gebruikershandleiding. Als dit hoger is dan 80 dB(A) dan moet ook het geluidvermogeniveau worden bepaald. Voor mobiele werktuigen moet altijd het geluidvermogenniveau worden vastgesteld, voor sommige apparaten geldt daarvoor zelfs een maximum.